Insulinepomp

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Insulinepomp

Voor wie is de insulinepomp geschikt?

  • Voor mensen die niet goed instelbaar zijn met de insulinepen.
  • Voor kinderen. Doordat ze veel bewegen en niet altijd dezelfde hoeveelheden eten, schommelt hun bloedglucose. Met een pomp zijn ze een stuk makkelijker te reguleren.
  • Voor zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap moeten ze scherper ingesteld zijn en dat gaat met de pomp makkelijker dan met de pen.
  • Voor mensen die moeite blijven houden met spuiten.
  • Voor mensen die het voortdurende spuiten als een belemmering ervaren.

Niet iedereen kan voor de pomp in aanmerking komen WAAROM NIET?. De arts of diabetesverpleegkundige moet de pomp voor u aanvragen.

Kan iedereen met een pomp overweg?

Een pomp is alleen geschikt als hij veilig gebruikt wordt. U krijgt altijd een uitgebreide instructie vooraf, ofwel van de diabetesverpleegkundige ofwel van de fabrikant. Verdere (rand)voorwaarden zijn:

  • U wordt intensief begeleid door de arts, pompspecialist of diabetesverpleegkundige.
  • De eerste weken moet u acht keer per dag uw bloedglucose meten. Daarna meestal vier keer per dag. Dat moet u zelf kunnen doen.
  • U moet de pomp kunnen bedienen zoals afgesproken.
  • Er moet iemand in uw omgeving zijn die de pomp in noodgevallen kan bedienen en die hulp kan bieden.

Wordt een pomp vergoed?

Een pomp kost gemiddeld € 4000,-. Alle insulinepompen en toebehoren worden vergoed, behalve de tasjes en dergelijke. De implanteerbare pomp wordt niet vergoed.

Het is aan te raden een insulinepompverzekering af te sluiten. Leden kunnen dat doen via DVN.

Hoe werkt het?

De pomp is een apparaatje van ongeveer 8 x 5 cm dat op het lichaam wordt gedragen. Het bestaat uit:

  • een ampul met insuline;
  • een motortje met batterij;
  • een afleesschermpje;
  • bedieningsknoppen.

De insuline loopt via een slangetje naar een naaldje in de buik (katheter). Een speciale pleister zorgt ervoor dat de naald blijft zitten. Met een knop kunt u elk moment extra insuline geven ('bolussen'), bijvoorbeeld als u gaat eten. Het apparaat geeft een signaal als de naald of het slangetje verstopt zit, de batterij leegraakt en als het insulinereservoir moet worden verwisseld.

Voordelen

  • U hebt een grotere vrijheid om te bepalen wanneer en hoeveel u eet, om activiteiten te ondernemen, om uit te slapen enzovoort.
  • De insulinetoediening is nauwkeuriger dan met de pen.
  • U kunt de hoeveelheid insuline met één druk op de knop aanpassen.
  • U hoeft niet meer te spuiten.
  • 's Nachts gaat de pomp gewoon door.

Nadelen

  • U heeft de pomp altijd bij zich. In sommige situaties, zoals bij zwemmen of vrijen, kan dit hinderlijk zijn. Wel kunt u de pomp twee uur afkoppelen. Met sommige pompen kunt u zwemmen.
  • U moet vaker de bloedglucosewaarden testen.
  • Er is een iets grotere kans op keto-acidose. Als er iets in de pomp misgaat (naaldje kan eruit schieten, motortje kan kapot gaan), krijgt u sneller een tekort aan insuline en daardoor mogelijk verzuring.
  • Soms raakt de huid bij de naald geïnfecteerd of geïrriteerd.
  • De plekjes waar het infuusje gezeten heeft, blijven meestal een tijd zichtbaar.
  • Het inbrengen van de infuusnaald is pijnlijker dan van een pennaaldje.
Persoonlijke instellingen